Posts tonen met het label techniek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label techniek. Alle posts tonen

zondag 26 december 2010

Buikdans en buikgriep

Zoals ik al zei vannacht (zie vorig artikel): het is niet altijd even leuk en vanzelfsprekend. En voor ik mijn verhaal begin: ondanks de slapeloze nacht was het een min of meer leuke dag. Slechts twee uur slaap, dat kruipt uiteraard in de kleren, maar dankzij een heel flinke Corneel bleven de verwachte toestanden uit vandaag. Nice! Er was zelfs nog energie over voor wat iphone-kiekjes en nu dus nog een snel blogje...



Maar dat het dus niet altijd van een leien dakje loopt...

Enkele weken geleden vroeg buikdanseres Artemisia me om groepsfoto's te maken van haar "troep": een twaalftal danseressen tijdens een oefensessie in een sportzaal. Ik hoor velen al denken dat er ergere opdrachten bestaan, maar zoals beloofd in alle eerlijkheid: groepsfoto's zijn op zijn zachtst gezegd niet mijn ding. Niet slim om dat hier open en bloot toe te geven? Kan best zijn, maar toch geef ik het toe. Eén of twee modellen poseren en instructies geven vind ik al moeilijk genoeg, dus je kan je voorstellen hoe ik me voel voor 12 uitbundige buikdanseressen die zich voor de eerste keer wagen aan een fotoshoot.... Ik geef dan ook graag toe dat ik lang heb moeten nadenken of ik deze opdracht zou aannemen. Nee zeggen had me veel stress bespaard... Waarom heb ik toch toegezegd? Voor de centen? Verre van... Nee, ik heb toegezegd om uit mijn schelp te moeten komen, in de hoop er iets van bij te leren. Technisch, maar ook sociaal. Om uit mijn "comfort zone" te moeten komen. Whatever makes me nervous, daarom.

"Ok Van de Velde, maar technisch is die opdracht toch piece of cake." Nope, vond ik niet. De shoot zou omwille van praktische overwegingen (en op mijn vraag) doorgaan in de zaal waar oefensessies van de groep doorgaan. Hieronder een snapshot van die zaal, gemaakt toen ik enkele weken op voorhand de locatie ging verkennen. Want ja: zonder verkenning op voorhand zag ik het al helemaal niet zitten...

Schitterende ruimte, niet? Ongeveer het enige wat meeviel was de overvloed aan ruimte. Geen egale muren, TL-licht tegen het plafond, lelijke lijnen op de vloer,... Studio-setup meesleuren dus. Niet alleen verlichting, wat logisch is, maar ook een egale, witte achtergrondrol... van 2,75 meter breed. Ooit geprobeerd om 12 mensen te poseren op een breedte van net geen 3m? Bespaar je de moeite want dat gaat niet, en dat wist ik ook wel voor ik aan deze opdracht begon. Er moesten echter ook individuele foto's gemaakt worden en daar kwam die achtergrond wel voor van pas. De afgewerkte groepsfoto's onderaan werden gewoon gemaakt met de meest egale muur van de sportzaal als achtergrond. De groep werd opgesteld op het uitgerolde papier van de studiorol, om toch een witte ondergrond te hebben. De zwarte plint die je ziet op de snapshot hierboven bleef uiteraard zichtbaar in de foto's, net zoals het stuk houten vloer tussen de muur en de ondergrond. De muur op de achtergrond werd zowat bestookt met nucleaire flitskracht, zodat die voor het overgrote deel wit werd op kleine oneffenheden na. Let op: ik werk met Elinchrom Quadra's. Flitsers die werken met accupacks. Twee van die units op volle kracht waren net sterk genoeg om de achtergrond wit te krijgen en toch een voldoende klein diafragma over te houden om de hele groep scherp op de foto te krijgen. Net voldoende krachtig betekent ook: trage herlaadtijden, dus lang wachten tussen elke foto. Net voldoende krachtig betekent voor mij ook: nog meer stress. Houden de batterijen het lang genoeg voor de hele shoot? Ja dus. Kortom: technisch niet evident wat mij betreft.

Als kers op de taart kreeg ik een uur voor vertrek (buiten lag intussen 10 cm sneeuw) een accute aanval van misselijkheid. Tegen de tijd dat ik op locatie was, was dit uitgegroeid tot een pracht van een buikgriep, met alle details erop en eraan. De eerste keer in mijn leven dat ik een shoot van 2 uurtjes maar liefst 5 keer heb moeten onderbreken omdat ik te misselijk werd om verder te gaan. Gelukkig was Dimitri erbij om me te helpen met de logistiek, zonder hem was dit niet gelukt.

Glamoureus leventje toch eh, die fotografen... Yeah right. Hard werken, niet meer of minder dan dat. Waarom doe ik het dan? Omdat fotografie geen passie meer is, maar een obsessie. Ik MOET fotograferen, zo voel ik me. En dan bedoel ik niet "moeten" uit financiële of praktische overwegingen. Om het lyrisch of religieus te zeggen: fotografie is een roeping. Verschil tussen amateurs en pro's? Is er niet, wat er ook gezegd wordt. De opsplitsing ligt ergens anders: er zijn mensen die WILLEN fotograferen, en er zijn er die MOETEN fotograferen. Zo denk ik erover, en ik niet alleen...





Of ik tevreden ben van de resultaten? Nog geen idee. Als ik op dit moment naar de foto's kijk, zie ik enkel dingen die ik beter had moeten doen. Misschien verandert dit nog met de tijd, misschien ook niet.

Be my judge and jury...

Roeland

zaterdag 4 december 2010

De wereld verbeteren, of toch pogingen daartoe.

Buiten is het koud en donker. Binnen is het lekker warm, gezellig, comfortabel en... ook donker. Kortom, het seizoen van de onderbelichte of, erger nog, de "platgeflitste" foto's is weer volop aan de gang. Geef toe, als je ze nog niet zelf gemaakt hebt, heb je ze op zijn minst al tot vervelens toe gezien: die oh zo flatterende foto's waar we lijkbleek op staan, met rode oogjes waaronder de wallen extra goed geaccentueerd worden en met als kers op de taart een knoert van een schaduw op de achtergrond. Om dan nog maar te zwijgen van de toestand waarin we ons bevonden, maar dat is een ander verhaal, want laat het duidelijk zijn: we gaan even de technische toer op!

Het kerstverhaal indachtig vond ik namelijk dat het tijd werd om een goeie daad te stellen: bij deze doe ik een ultieme poging om die vreselijke kiekjes voor altijd naar de eeuwige binaire jachtvelden te verbannen. Bij deze dus wat tips om fotografisch door de feestperiode te geraken!

Tip 1: Flitsen is een noodzakelijk kwaad. Eigenlijk is dat niet helemaal waar (verre van zelfs eigenlijk), maar als "huis- tuin- en keukenfotograaf" vind ik dat je toch beter van die regel uitgaat. Wat bedoel ik daarmee? Eenvoudig: probeer zo veel mogelijk het gebruik van de flits te vermijden. Als er te weinig licht is, zijn er vaak alternatieven voor het gebruik van de flits. Eerst en vooral is er de ISO-waarde. Zet je die te hoog, dan gaat er wellicht veel detail in de foto verloren door beeldruis, maar de hedendaagse toestellen gaan vaak moeiteloos tot 800 ISO zonder al te veel kwaliteitsverlies. Ten tweede is er de sluitertijd. Hoewel je moet oppassen voor bewegingsonscherpte, kan je sluitertijd misschien wel wat trager om op die manier meer van het omgevingslicht te gebruiken. En dan is er ook nog de lensopening of diafragma. Aarzel niet om die in donkere omstandigheden helemaal open te draaien. Addertje onder het gras is dan de geringe scherptediepte, maar toch kan dit in veel gevallen het gebruik van de flits vermijden. Over al deze factoren wijd ik trouwens wat verder uit in dit artikel over "fotografie op feestjes"...

Tip 2: als je flitst, doe het dan subtiel. Anders gezegd: verblind je onderwerp niet met een lichtflits die aan een nucleaire explosie doet denken, maar wees zuinig met die fotonen! Hoe doe je dit? Wel eigenlijk door de dingen van tip 1 toe te passen: hogere ISO, langere sluitertijd en grotere lensopening. Op die manier neem je zo veel mogelijk omgevingslicht mee en moet er dus minder licht "toegevoegd" worden door de flits. Op die manier blijft niet alleen de sfeer van het moment behouden, maar spaar je ook de batterijen van je flits (of camera) wat vaak mooi meegenomen is.

Tip 3: leer biljart (of pool,...). Slaaptekort Van de Velde? Ja inderdaad, maar toch is dit goede raad die perfect past in het kader van dit artikel. Wat ik bedoel is heel eenvoudig. Denk niet dat het licht altijd rechtstreeks, dus zonder omweg, van je flits naar je onderwerp moet reizen, want dat is niet waar. Je kan het licht namelijk perfect doen weerkaatsen van quasi alle oppervlakken, net zoals je doet met bijvoorbeeld... een biljartbal. Schiet je die bal op de band onder een hoek van bijvoorbeeld 45°, dan zal hij de band ook verlaten onder een hoek van 45°. Met licht is dat net hetzelfde. Richt je de flitser naar een muur onder een hoek van 45°, dan weerkaatst het ook van die muur onder dezelfde hoek. Maar wat is daarvan dan het voordeel? Je flits zal namelijk harder moeten flitsen want de weg naar het onderwerp is langer... Wel, om lelijk, hard flitslicht met lelijke schaduwen te vermijden, moet je dat licht "verzachten", diffuser maken. Nu is het zo dat licht zachter wordt naarmate de lichtbron groter wordt ten opzichte van je onderwerp. Niet voor niets vind je in een studio altijd grote softboxen, flitsparaplu's,... Door nu je flits naar een plafond of muur te richten, wordt je lichtbron zo groot als ... een plafond of een muur. En door die toegenomen relatieve grootte van de lichtbron, wordt ook de lichtkwaliteit veel mooier: zachte schaduwen, mooier verspreid licht en ook de achtergrond wordt mooi mee opgelicht, waar die vroeger eerder leek op een zwarte leegte die beter thuis is in de verste uithoeken van het universum. Het flitslicht laten weerkaatsen, of "bouncen" is dus DE manier om je flitsfoto's te verbeteren. Als ik een flits moet gebruiken, dan ben ik constant aan het zoeken naar witte plafonds, muren, tafelkleed,... Want vergis je niet: alle oppervlakken zijn goed om tegen te bouncen, zolang ze maar neutraal gekleurd zijn. Want licht dat weerkaatst tegen een groene muur wordt... groen. En je suikertante groen doen kleuren op je foto's is wellicht geen goeie zet net voor cadeautjestijd... Maar dingen zoals het witte hemd van iemand net buiten de foto, kan je perfect gebruiken om wat licht van te weerkaatsen. Werkelijk ALLES is beter dan rechtstreeks flitslicht! Om dit wat te illustreren hieronder enkele foto's. De eerste foto werd rechttoe rechtaan gemaakt: flits op volle kracht vooruit. Recht vooruit dus, zonder omweg...

In alle bescheidenheid: onze Corneel komt wel weg met wat minder mooi licht, maar echt flatterend kan je dit niet noemen. Plat, lelijke en storende schaduw op de achtergrond. Voor verbetering vatbaar dus... Volgende foto is gemaakt door het licht te bouncen via het plafond en door sluitertijd, diafragma en ISO aan te passen om meer omgevingslicht mee te nemen in de opname...

Je hoeft niet meteen een expert te zijn of superkritisch om te zien dat dit een wereld van verschil is: het licht is zachter, geen storende schaduwen meer,... Hoewel ik hierbij mijn principes hoop te verduidelijken, geef ik toe dat er nog verbetering mogelijk is voor de puristen. Door het licht te bouncen via het plafond kan het namelijk gebeuren dat de oogkassen wat te donker worden en dat er "geen licht" in de ogen zit. Het licht komt nu immers helemaal van boven, wat voor, zij het zachte, maar toch storende schaduw kan zorgen. Dit kan je echter verhelpen door achter je flits gewoon een wit kaartje te plaatsen. Je kan dat gewoon met een elastiekje rond je flits maken als het niet ingebouwd is... Dit wit kaartje zal een heel klein deel van het flitslicht toch rechtstreeks op je onderwerp gooien, net genoeg om die donkere ogen wat op te lichten. Ofwel bounce je tegen een muur in plaats van het plafond. En dat is wat ik deed in deze laatste foto...

Hoewel deze tips het best toepasbaar zijn voor mensen met een reflexcamera en losse flitser, heb je ook met een compactcamera en ingebouwde flitser baat bij deze principes. Tip 1 en 2 staan grotendeels los van het materiaal, maar ook tip 3 kan je wat helpen. Vergeet niet dat je ook het flitslicht van je compactje vaak wat kan bijsturen met pakweg een wit blad papier. Want vergeet niet: hoe groter de lichtbron hoe beter. En alle beetjes helpen...

Dus vanaf nu maakt iedereen de mooiste flitsfoto's van de suikertante, waardoor de eindejaarsfooien drastisch zullen stijgen uiteraard. Vergeet op dat moment natuurlijk niet van wie je deze tips gekregen hebt!

Succes,

Yours truly!

woensdag 25 augustus 2010

Privé en zaken...

Dat privé en zaken best gescheiden blijven, is een vaak gehoorde uitspraak. Maar als je vrouw buikdanseres is, een gothic kostuum in de kast heeft hangen EN als je zelf dan nog eens fotograaf bent, dan is een uitzondering op die regel onvermijdelijk. Ondanks veel ander werk maakte ik daarom eindelijk tijd vrij om een nieuwjaarsvoornemen waar te maken: fotograferen voor mezelf in plaats van in opdracht. Van zodra je wat opdrachten hebt, wordt de tijd voor eigen werk jammer genoeg hoe langer hoe meer beperkt. Het gevaar schuilt erin dat je je creativiteit verliest en erger nog, dat je portfolio gaat bestaan uit beelden die je MOEST maken, en niet uit beelden die je WIL maken. Begrijp me niet verkeerd: ik geniet van elke opdracht die ik doe (anders deed ik ze niet), maar af en toe moet je gewoon weer even fotograferen voor de lol, zonder meer.

Waar ik de inspiratie haalde voor deze specifieke shoot weet ik al niet meer, maar muziek en film hebben er zeker een aandeel in. En omringd worden door creatieve mensen is zeker een pluspunt. Zoals gezegd: Liesbeth was het model van dienst en wat mij betreft was dat zeker voor herhaling vatbaar. Visagiste Lien Connaert zorgde voor de make-up en mag dat ook opnieuw doen ;-) Dimitri was "first assistant" voor mij, maar als collega fotograaf nam hij later ook de camera ter hand. Ik ben alvast benieuwd naar zijn foto's.

De keuze voor de locatie was zoals altijd het grootste deel van de voorbereiding. De weersvoorspellingen waren niet al te positief, dus een binnenlocatie drong zich op. Een kerk was (vond ik) te cliché en moeilijk te regelen, dus nam ik mijn toevlucht tot Salve Mater in Lovenjoel: een gigantisch groot complex dat vroeger dienst deed als psychiatrisch ziekenhuis, maar intussel al lang verlaten is. Voor de urban explorers onder jullie, en andere nieuwsgierigen: deze locatie is niet vrij toegankelijk! Een deel van het gebouw wordt bewoond door collega fotograaf Pascal Baetens. Wil je van deze overigens prachtige locatie gebruik maken, neem dan eerst contact met hem op! Hij is heel meegaand en zal je zeker helpen, maar onaangekondigde gasten die inbreken worden uiteraard niet geäpprecieerd. Dit voor de volledigheid. In ons geval volstond een mailtje vooraf en een kleine vergoeding om aan de slag te kunnen.

Belichting bestond uit een set Elinchrom Quadra's met een 90cm Octabank van Chimera voorzien van een grid. Bij de close-up werd een tweede flits voorzien van een honingraat gebruikt als haarlicht.

Nabewerking: contrastaanpassing en kleurverschuiving voor de achtergrond. De close-up opname werd geretoucheerd en de huidtextuur lichtjes gladder gemaakt (hoewel niet echt nodig, mede dankzij het werk van Lien). De ogen werden wat opgelicht en het contrast verhoogd. Voor het andere beeld werden de lichtsporen uiteraard ook toegevoed in postproductie.



Hopelijk binnenkort nog meer resultaten uit dezelfde shoot!

Nog eens dikke merci aan de crew en tot binnenkort,

Roeland

vrijdag 16 juli 2010

Backup

Lang geleden denk ik, maar deze is voor de "techneuten" onder jullie. Voor hen die, net als ik, 's nachts badend in het zweet (zoals een beest, zie hier), krijsend wakker worden door weeral een nachtmerrie over, jawel u leest het goed: verlies van digitale gegevens. Foto's dus in mijn geval. Alle gekheid op een stokje, ik mag er niet aan denken dat ik een deel, of God sta me bij, ALLE foto's zou verliezen die ik ooit gemaakt heb. Het veilig stellen van die foto's neemt dan ook een heel groot deel in van de workflow van de hedendaagse fotograaf, en daarover gaat dus dit artikel.

"De digitale fotografie heeft alles toch makkelijk gemaakt, ge moet alleen nog op het knopje duwen." Veel gehoorde uitspraak, geloof het of niet. Begrijp me niet verkeerd: ik ben de eerste om te bevestigen dat het digitale tijdperk ongeziene mogelijkheden en technieken met zich mee brengt die vroeger ondenkbaar, of toch op zijn minst onbereikbaar waren voor de meesten onder ons. Maar aan de andere kant: je stak je negatiefjes, die je meestal liet ontwikkelen door een vaklabo, in een speciale map. Die ging op zijn beurt, in het beste geval, in een kluis en daarmee was (een beetje kort door de bocht) de backup-kous af. De negatieven (of dia's) waren het enige origineel, dus die bleven veelal netjes bij de fotograaf (bij particuliere fotografie toch). Geen vragen naar kopietjes of cd-tjes. Gewoon. Simpel.

Vandaag? Je komt thuis van een fotoshoot of reportage, met een aantal geheugenkaartjes. Vol of leeg, die kleine rotdingen zien er allemaal hetzelfde uit, maar dat bespreek ik elders al. Hoewel het best mogelijk is om die dingen gewoon zo naar het labo te sturen en afdrukjes terug te verwachten, is de weg naar het eindresultaat voor iet-of-wat beroepsfotograaf nog lang, zeer lang. Dat we onze foto's "bewerken" spreekt voor zich, maar tussen shoot en nabewerking zit nog een stap die heel veel mensen uit het oog verliezen: archivering. Lees: opslag en backup. Voor die archivering bestaat geen goeie of slechte methode, dit is volledig persoonlijk en afhankelijk van je eigen voorkeur. Wat ik hier beschrijf is mijn werkwijze: werkt voor mij en ik voel er me goed bij, niet meer of minder.

Goed. To the point. Basisprincipe dat ik altijd aanhoud: op geen enkel moment mag een foto slechts op één locatie of medium opgeslagen zijn. Dit begint in de camera. Een goeie camera heeft tegenwoordig niet één, maar twee sleuven voor een geheugenkaart. Deze zijn (bij mij) zo geconfigureerd dat alle foto's gelijktijdig weggeschreven worden naar beide kaartjes. Als thuis de hond (of de kleine?) een kaartje op wonderbaarlijke wijze zou verorberen, dan is er nog altijd het tweede kaartje met dezelfde foto's. Je snapt ongetwijfeld het punt, ondanks mijn over-the-top-formulering.

Volgende stap: het kaartje / de kaartjes worden gekopieerd naar "de computer". Dat dit via een degelijke kaartlezer (zie een vorig artikel) gebeurt is hier minder aan de orde. Maar de term "kopiëren naar de computer" is niet correct: er wordt gekopieerd naar een externe schijf, NOOIT naar de interne harde schijf van de computer. Deze laatste zal onvermijdelijk ooit vastlopen of problemen veroorzaken, dus nooit gebruiken voor "cruciale data-opslag". Persoonlijk gebruik ik een zogeheten "RAID-systeem" als opslagplaats. Dit is een extern apparaat waarin meerdere, in mijn geval 4, harde schijven zitten. Alle gegevens die op een schijf komen, worden automatisch en volledig ongemerkt gekopieerd naar een andere schijf. De ene schijf is dus altijd een exacte kopie van de andere (RAID 1). Als in dat apparaat dus ooit een schijf de overstap zet naar de eeuwige harde schijf-jachtvelden, dan wordt die defecte schijf gewoon vervangen. Automatisch kopieert het systeem alles weer om van de kopie naar deze schijf, en alles is weer perfect synchroon. Alle foto's staan bij deze dus op twee aparte locaties? Niet helemaal.

Er kan nog altijd iets gebeuren met dit apparaat als geheel: blikseminslag, brand, problemen met de voeding,... Het is dus perfect mogelijk dat dit apparaat het laat afweten: inclusief de perfecte kopieën van alle schijven die erin zaten en waar we toch zo fier op waren. Dus: bij het leegmaken van de kaartjes kopieer ik niet alleen alles naar dit Raid-systeem, maar ook nog eens naar de klassieke, externe harde schijf. Deze wordt enkel bij het leegmaken van kaartjes aan de computer gehangen en aangezet. Als alle gegevens erop staan (en geverifieerd zijn), wordt deze schijf losgekoppeld en NOOIT gebruikt enkel om verloren gegevens terug te halen.

Op deze manier staan alle gegevens op drie verschillende schijven, in twee verschillende apparaten: twee schijven in het RAID-systeem en 1 aparte schijf. De cappaciteit van het RAID-systeem kan nooit groot genoeg zijn, die van de externe schijf is minder cruciaal. Deze zijn tegenwoordig heel betaalbaar, dus als ze vol zijn koop je gewoon een nieuwe. En daarna nog een nieuwe, en nog één,... Het aantal van deze schijven loopt snel op als je veel fotografeert, maar dit biedt je wel een (relatief) grote zekerheid dat je geen gegevens zal verliezen. Trouwens, deze schijven bewaar ik niet in de studio maar "off-site": een andere locatie zodat "als mijn kot afbrandt", ik nog altijd deze schijven heb om gegevens van te recupereren.

Mooi zo, daarmee zijn we klaar. Euh, niet dus. Dit was louter de opslag van originele, niet bewerkte gegevens, zogenaamde "raw data". Nu kunnen we veilig beginnen met de postproductie van de shoot. Mensen die mij wat beter kennen (als fotograaf) weten dat ik bijna exclusief met Lightroom (en Photoshop) werk voor archivering en nabewerking. Al het voorgaande gebeurt trouwens ook automatisch door Lightroom van zodra ik een kaartje in de kaartlezer prop. In Lightroom worden alle bewerkingen opgeslagen in een database: een gigantisch gegevensbestand dat op de schijf van je computer bewaard wordt. Verlies je dit bestand, dan verlies je ook al je bewerkingen, keywords, ratings,... Geen leuk scenario, dus: backup maken. Hiervoor gebruik ik Time Machine van Apple: automatisch en op geregelde tijdstippen (dagelijks voor mij) wordt de hele interne schijf van de computer gekopieerd naar, jawel hoor, een aparte externe harde schijf. Time Machine doet dit trouwens niet alleen automatisch, maar ook "intelligent": enkel veranderde bestanden worden gekopieerd, zodat schijfruimte gespaard wordt.

Tot slot zijn er nog de bewerkingen die niet in Lightroom gebeuren of waarvan Lightroom een nieuw bestand creëert. Deze komen automatisch op het RAID-systeem en kopieer ik als de opdracht afgewerkt is nog eens naar de extra harde schijf waar ook de raw data opstaat.

Hoewel dit allemaal heel omslachtig klinkt, gebeurt dit voor het overgrote deel volledig automatisch en "achter mijn rug". Maar het op poten zetten hiervan vraagt wel structuur en ordelijkheid binnen je workflow, anders wordt het al gauw een rotzooi waar zelfs een digitale kat haar jongen niet zal in terugvinden.

Voor de volledigheid: al mijn externe harde schijven, ook het RAID-systeem, zijn van LaCie. Reden? Degelijk merk waar ik nog nooit problemen mee gehad heb. Maar wat dat betreft: ik geloof niet in "merken": alle merken hebben zwaktes en sterktes. Er lopen ongetwijfeld ontelbaar veel mensen rond die horrorverhalen kunnen vertellen over LaCie-producten. Maar ik niet, en daarom hou ik me aan hun materiaal voorlopig. Dus tot spijt van wie het benijdt: geen supergefundeerde logica hierachter, geen diepgaande analyses en nee jammer genoeg ook geen sponsoring :(

Dit gezegd zijnde wijd ik me weer volledig aan de voorbereiding van de reportage van morgen. ..

Roeland

zaterdag 13 maart 2010

Fiebe

Onlangs liet terecht fiere mama Kelly haar schattebout Fiebe fotograferen in de studio. Meestal is het wat "bang" afwachten of de baby in kwestie wat wil "meewerken" bij de shoot, maar in dit geval was de vrees volledig onterecht: de 6 maanden oude Fiebe is een waar poseertalent en liet zich letterlijk van haar beste kanten zien!

Ik wou bij deze shoot wel eens iets nieuw proberen en werkte daarom met daglicht in combinatie met flitslicht. Baby-oogjes houden niet zo van flitslicht en het hoofdlicht bestond dus uit een noord-geöriënteerd raam in de studio. Dit zorgt voor een superzacht licht dat met geen softbox te evenaren valt (in mijn ogen althans). De witte achtergrond is wel wat opgelicht met een flits, om "het wit echt wit te krijgen"... Ik was in ieder geval tevreden met de aanpak en ga dit zeker herhalen in de toekomst.

Bij deze enkele resultaten. Kelly: nogmaals bedankt voor de leuke shoot en geniet van jullie gezinnetje!



Tot binnenkort,

Roeland


zondag 27 december 2009

Feestjes-foto's

Met Kerst net achter de rug en Nieuwjaar voor de deur, zie je ze weer overal opduiken: foto's van allerhande feestjes en fuiven. Stuk voor stuk leuke herinneringen, maar jammer genoeg niet altijd voorbeeldjes van hoogstaande fotografie... Met dit artikel wil ik echter enkele algemene tips geven om toch het beste te maken van je feestfoto's en deze keer foto's te maken die ECHT zullen bijblijven!

Hoewel de sfeervolle verlichting op een feestje voor onze ogen vaak meer dan genoeg is om goed te kunnen zien, heeft de sensor van een camera nu eenmaal veel meer licht nodig om een duidelijk beeld te registreren. Gebrek aan licht is dan ook wat de meeste party-pictures herleid tot een soep van groene, blauwe en/of rode pixels, wat we "kleurruis" (er zijn nog andere soorten ruis) of kortweg "ruis" noemen. Deze ruis legt als het ware een waas over de foto waardoor veel details verloren gaan, de foto "wollig" gaat lijken, kleuren lelijk worden,... Kortom: ruis vermijden is de hoofdzaak. Hiervoor zullen we moeten zorgen al het aanwezige licht zo veel mogelijk te benutten voor het maken van de foto. Laten we even kijken hoe de basisinstellingen van ons fototoestel ons hierbij kunnen helpen.



ISO-waarde

De ingestelde ISO-waarde bepaalt als het ware hoe lichtgevoelig de sensor in het toestel is. Hoe hoger de waarde, hoe lichtgevoeliger de sensor zich zal gedragen (heel kort uitgelegd). De waarden die we kunnen instellen zijn gebaseerd op een vaste reeks getallen die er ongeveer uitziet als volgt (van weinig gevoelig tot hooggevoelig geordend): 100, 200, 400, 800, 1600, 3200,... Bij sommige toestellen kan de reeks nog lager beginnen en hoger doorlopen, en vaak zijn er nog tussenliggende waarden, maar de opgegeven getallen zijn als het ware de "basiswaarden" of "hele stops". Zoals gezegd willen we op onze feestjes zo veel mogelijk het aanwezige licht benutten. Simpel, de ISO-waarde gaat dus naar het maximum dat we kunnen instellen, niet? Neen, niet helemaal. Jammer genoeg is het namelijk zo dat bij de hogere waarden die we instellen, ook de hoeveelheid ruis in de foto zal toenemen. Kies je resoluut voor de hoogst mogelijke waarde, dan zal in veel gevallen je foto onbruikbaar worden door een te hoge beeldruis. Welke waarde nog bruikbaar is, is afhankelijk van toestel tot toestel en wordt (kort uitgelegd) bepaald door de verhouding van het aantal megapixels tot het formaat van de sensor. Net daarom is een reflexcamera met 6 megapixels zoveel beter dan bijvoorbeeld een GSM-camera met 6 megapixels: de sensor in die laatste is veel kleiner in oppervlakte en zal dus veel meer ruis produceren. Je zal dus wat moeten experimenteren om uit te vissen bij welke ISO-waarde jouw camera nog aanvaardbare beelden produceert, maar de moderne camera's produceren aanvaardbare foto's tot ongeveer 800 ISO. Goeie camera's gaan daar probleemloos boven, maar iets oudere modellen krijgen het moeilijk bij hogere waarden. Proberen is dus de boodschap!

Sluitertijd

Eenvoudig gesteld is de sluitertijd de tijd gedurende dewelke je foto wordt gemaakt. De sluitertijd wordt meestal uitgedrukt in breukvorm. Een sluitertijd van bijvoorbeeld 1/500e wil zeggen dat de sluiter van de camera openstaat gedurende 1/500e van een seconde. Logischerwijs is het dus zo dat hoe langer de sluitertijd, hoe meer licht er zal "gevangen" worden bij het maken van de foto. Op ons feestje zullen we dus ook weer werken met zo lang moglijke sluitertijden. Helaas is er ook hier weer een addertje onder het gras. Probeer bijvoorbeeld maar eens een foto te maken met een sluitertijd van pakweg 1/2e seconde. Je zal onmiddellijk merken dat "beweging" roet in het eten strooit. Om te beginnen zal jij als fotograaf er niet meer in slagen om bij langere sluitertijden je hand perfect stil te houden, met bewegingsonscherpte als gevolg. Daarnaast zal ook je onderwerp (bijvoorbeeld je dansende vrienden) niet stilstaan gedurende de hele sluitertijd. Je voelt het alweer komen: je zal wat moeten experimenteren bij welke sluitertijden je nog een aanvaardbaar scherpe foto kan maken. In het algemeen wordt er als richtlijn genomen dat 1/60e de maximale sluitertijd is waarbij je nog uit de losse hand kan fotograferen. Mits veel ervaring en een goeie techniek, kan je hier nog wat bovengaan. Voor mezelf weet ik dat ik nog scherpe foto's kan maken bij 1/30e, ga ik nog tragere tijden gebruiken, dan wordt het "hit and miss" en is een statief aangewezen indien mogelijk. Let ook op dat de maximaal bruikbare sluitertijd samenhangt met de lens die je gebruikt: een telelens is moeilijker stil te houden dan een groothoeklens, en vergt dus kortere sluitertijden!

Diafragma

De diafragma-waarde of "f-stop" is de laatste van de basisinstellingen waarmee je bepaalt hoeveel licht er op de sensor valt bij het maken van een foto. De reeks van mogelijke waarden is in dit geval iets minder logisch: hoe kleiner de waarde, hoe groter de lensopening wordt, dus hoe kleiner de waarde, hoe meer licht er op de sensor zal vallen. Ook deze reeks waarden bestaat uit vaste getallen als basiswaarden: 1 - 1.4 - 2 - 2.8 - 4 - 5.6 - 8 - 11 - 16 - 22 - .... Ook hier weer zal je vaak tussenliggende waarden vinden. Op het feestje wil je deze waarde zo klein mogelijk houden, dus zo veel mogelijk licht toelaten op de sensor. En jawel hoor: ook hier weer zijn er beperkingen! Jammer genoeg is de kleinste waarde die je kan instellen om te beginnen afhankelijk van de lens of het "objectief" op je fototoestel. Een dure, professionele zoomlens heeft een maximale lensopening van f2.8. Goedkopere "budgetlenzen" hebben maximale lensopeningen die variëren van pakweg f3.5 tot zelfs f5.6, afhankelijk van het zoombereik. Kortom, bij het kiezen van de maximale lensopening loop je al snel tegen de beperkingen van het materiaal dat je gebruikt. Daarbij komt nog dat er bijkomende nadelen zijn als je de maximale opening van je objectief gebruikt: bij deze opening is je objectief vaak niet op zijn "optische best", of anders gezegd: de maximale lensopening zorgt vaak voor minder scherpe foto's. Los daarvan zal ook de scherptediepte vaak niet meer voldoende zijn. Concreet betekent dit het volgende. Stel je voor dat je een maximale opening kan kiezen van f2.8 en je wil een groepsfoto maken. Je stelt scherp op de eerste rij mensen. Achteraf zal je zien dat bijvoorbeeld de tweede rij mensen niet meer scherp is. Dit komt omdat de scherptediepte bij de maximale lensopening niet meer groot genoeg is. Enkel onderwerpen op dezelfde afstand van je lens zullen scherp afgebeeld worden. Hoe kleiner de lensopening die je kiest, zoveel te meer zal je kunnen afwijken van die afstand en toch nog dingen aanvaardbaar scherp weergeven op de foto. Ook hier weer zal je dus moeten experimenteren en nagaan welke lensopeningen werkbaar zijn in de gegeven situatie. Persoonlijk beschouw ik f4 als de maximaal bruikbare lensopening in veel gevallen. Nog grotere openingen leiden al gauw tot te weinig scherptediepte voor gewone "snapshots" (hoewel dit verre van een algemene regel is, uitzonderingen zijn er altijd).

Uit al het bovenstaande blijkt dat er heel wat gewikt en gewogen zal moeten worden om tot "de juiste instellingen" te komen voor het maken van een aanvaardbare foto in moeilijke (lees: donkere) omstandigheden. Alsof dit alles nog niet moeilijk genoeg was, komt er nog een heel lastige factor bij: flitslicht. Op de meeste feestjes zal je namelijk merken dat er niet voldoende licht aanwezig is om zonder flits te werken, zelfs al heb je je basisinstellingen zo goed mogelijk ingesteld naar de omstandigheden. Dit flitslicht heeft jammer genoeg twee heel slechte eigenschappen in de meeste gevallen: het is veel te hard en het komt vrijwel altijd uit de verkeerde richting. Met "hard" bedoel ik: het werpt lelijke, storende en harde schaduwen. "De verkeerde richting" betekent: het komt vrijwel altijd vanop de camera, waardoor alle structuur en vorm in je onderwerp verloren gaat in een plat, lelijk en niet-flaterend licht. Als kers op de taart is de kracht van de meeste flitsers heel beperkt, waardoor enkel de voorgrond belicht wordt en de achtergrond afgebeeld wordt als een groot zwart gat waarin alle sfeer verloren gaat. Niet wat we willen dus.

Als je echter de basisinstellingen (ISO, sluitertijd en diafragma) goed gekozen hebt, dan zorg je ervoor dat je het maximum aan aanwezig licht benut (en dus het maximum aan sfeer behoudt). Hierdoor zal je flitser niet meer de hoofdlichtbron zijn (zoals in veel slechte party-pictures), maar het flitslicht zal eerder dienen als aanvulling, of invulling, van het beschikbare licht. Hoewel flitslicht vaak bekeken wordt als een "noodzakelijk kwaad", ben ik ervan overtuigd dat het gebruik van een flitser je creatieve mogelijkheden biedt, vooral op feestjes!

In combinate met trage sluitertijden kan je met de flitser bijvoorbeeld superdynamische foto's maken die vooral heel leuk zijn op feestjes. Op de meeste flitsers en/of camera's zal je kunnen kiezen voor een instelling "rear curtain", of "achterste gordijn" of "tweede gordijn". Zonder in al te veel detail te treden, komt het erop neer dat je bewegende onderwerpen kan "bevriezen" door middel van je flitser. Waar we hoger zagen dat bij trage sluitertijden je onderwerp "bewogen" zal weergegeven worden, zal de flitser ervoor zorgen dat je onderwerp toch nog scherp wordt afgebeeld. De combinatie van een onscherpe waas en een scherpe afbeelding zorgen voor een uitermate dynamische foto die perfect de sfeer van een leuk feestje weergeeft.

Met de betere (en jammer genoeg ook duurdere) "reportageflitsers" die je gebruikt op een reflexcamera, heb je vaak de mogelijkheid om de flits te draaien of omhoog te richten. Hierdoor hoef je niet langer flitslicht rechtstreeks naar je onderwerp te sturen, maar kan je licht doen weerkaatsen via een witte muur of plafond. Hierdoor wordt je onderwerp niet langer verlicht door de kleine flitser, maar de lichtbron wordt letterlijk zo groot als een muur (of plafond). Doordat de lichtbron plots veel groter is geworden, wordt het licht veel zachter: schaduwen worden minder duidelijk en dus minder storend, en in het algemeen wordt je onderwerp veel flaterender afgebeeld. Ook deze techniek gaat perfect samen met de hoger beschreven en goed gekozen basisinstellingen.




Kortom, met een creatief gebruik van flitslicht gaat er een wereld van mogelijkheden voor je open. Laat je dus niet ontmoedigen door in eerste instantie tegenvallende resultaten: er zijn in deze periode feestjes en dus mogelijkheden genoeg om je kunnen te verbeteren. Daarenboven: de digitale fotografie is het medium bij uitstek om te oefenen. Een foto meer of minder, het maakt niet uit en je ziet onmiddellijk het resultaat. Geen enkel excuus meer dus om niet te beginnen oefenen! Ik ben alvast benieuwd of jullie enkele tips hebben kunnen gebruiken voor het maken van leuke foto's...




Veel succes en tot binnenkort,




Roeland

woensdag 22 juli 2009

Huwelijksfotografie

Op fora allerhande en occasioneel in mijn mailbox, lees ik geregeld vragen in de strekking "Help, ik fotografeer morgen het huwelijk van vrienden en weet niet welke camera-instellingen te gebruiken!". Zoals voor mijn "aankooptips voor nieuwe camera", leek het me makkelijker om ook aan dit onderwerp een artikel (of waarschijnlijk meerdere) te wijden, in plaats van telkens elke vraag individueel te beantwoorden. Aangezien dergelijke vragen vaak een hele discussie uitlokken, denk ik dat enige duiding echter wel op zijn plaats is voor ik concreet van wal steek.

Ik ben de eerste die zal toegeven dat "oefening kunst baart", maar tegelijkertijd ben ik ook de eerste die zal zeggen: EEN HUWELIJK IS NIET HET MOMENT OM TE OEFENEN!!!!!!! Neen, dat zeg ik niet uit angst om mijn job te zien ondergaan door de oprukkende amateurs die alle werk van me zouden kunnen afpikken. In dat geval zou ik gewoon lekker zwijgen en iedereen zijn ding laten doen. Maar laten we eerlijk zijn: zeer weinig opdrachten zijn emotioneel zo geladen als een huwelijk. Het koppel maakt dit (als alles goed zit) maar 1 keer mee en bijgevolg is het vastleggen van die herinneringen voor hen heel belangrijk. Tel dat op met het feit dat alles op die dag razendsnel gaat en je ziet in dat er geen ruimte is voor fouten. De ceremonie op het gemeentehuis duurt bijvoorbeeld hooguit 10 minuutjes en speelt zich af in een ruimte waar je als fotograaf misschien nog nooit geweest bent en met allerhande technische uitdagingen, van lelijke achtergronden tot storend tegenlicht (of gewoon helemaal geen licht...). "Even snel wat experimenteren en op het schermpje kijken wat het beste uitkomt" is er dus niet bij.

Kortom, als je nog nooit een huwelijk fotografeerde, is het makkelijk alles te onderschatten. Het lezen van enkele tips (waaronder dit artikel) zal echt niet voldoende zijn. Het is niet omdat iedereen je vakantiefoto's de hemel in prijst, dat je ook voldoende kennis hebt om een huwelijksreportage tot een goed einde te brengen. Een eerste tip is dan ook: "bezint eer gij begint!". Uiteraard begrijp ik wel dat je graag je beste vrienden of naaste familie dit plezier wil doen en hen leuke foto's zou willen bezorgen, en dat het hierdoor heel moeilijk wordt als de vraag gesteld wordt. Wees je echter bewust van je beperkingen, en, belangrijker nog, communiceer deze beperkingen klaar en duidelijk naar het koppel toe. Wijs hen erop dat je ervaring beperkt is en dat dus de kans bestaat dat de resultaten kunnen tegenvallen! Een verwittigd man is er twee waard, een verwittigd koppel dus minstens 4...

Nu hoor ik de ambitieuze fotografen onder jullie het al denken: "Hoe kom je dan in godsnaam aan ervaring??". Naar mijn bescheiden mening is "meelopen" de beste methode. Veel beroepsfotografen (ook ik), doen bij een huwelijksreportage een beroep op een assistent (laat dat trouwens al een indicatie zijn van de moeilijkheidsgraad van het geheel). Als assistent doe je enorm veel ervaringen op: je leert wat je moet verwachten, wat belangrijk is, waarop te letten, welk materiaal onontbeerlijk is,... Heb je niet de mogelijkheid om als assistent te beginnen, dan is het nog vaak wel mogelijk om samen te werken met iemand die, net als jij, goed (of liefst: nog beter) op de hoogte is. Er zijn in je omgeving wellicht, al dan niet amateur-fotografen die meer ervaring hebben als jij. Op de huwelijksdag kunnen zij je bijstaan met raad en daad, zorgen voor de veilige en nodige foto's en dergelijke, waardoor de stress voor jou al een heel pak minder groot zal zijn. Kortom: samenwerken is de clue! Je eerste huwelijksreportage(s) doe je dus onder geen beding alleen! Mijn eerste ervaringen deed ik op samen met collega fotografe Sarah Coenen. We volgden samen onze opleiding fotografie (3 jaar) en waren dus goed op elkaar afgestemd, wat alleen maar een voordeel was.

Voor ik helemaal van wal steek nog even dit. Geen enkele van mijn tips is te interpreteren als Heilig Evangelie, mijn werkwijze is ver van de Enige Juiste (want die bestaat niet) en er zijn talloze anderen die ander en ongetwijfeld beter advies kunnen geven! Het enige wat ik hiermee wil tonen is een werkwijze waarvan bewezen is dat ze VOOR MIJ werkt en tips geven die ik zelf met vallen en opstaan heb moeten leren. Kortom, alle informatie die volgt is uiteraard niet als regel te interpreteren, maar eerder als mogelijke hulp, als "een optie".

Dit gezegd zijnde, hier gaan we dan!

1 Voorbereiding is het halve werk!
Hoewel deze tip van toepassing is voor alle fotografie-opdrachten, is dat zeker het geval voor een huwelijksreportage. Alles verloopt op die dag heel snel en volgens een strak schema. Een goede voorbereiding zal je bijgevolg een heleboel stress en onaangename verrassingen besparen. Voor mij gaat deze voorbereiding als volgt in zijn werk.

Nadat een koppel me contacteert voor een presentatie van mijn portfolio (albums en dergelijke), wordt er een eerste afspraak gemaakt. Hoewel deze afspraak dus voornamelijk dient om mijn werk voor te stellen, zal ik toch al zoveel mogelijk info proberen te verzamelen aangaande locaties, planning en ideeën. De kans is uiteraard reëel dat het koppel zal kiezen voor een andere fotograaf, maar als ik toch gekozen wordt, heb ik meteen een aantal basisgegevens. Aangezien die eerste afspraken vaak meer dan een jaar op voorhand plaats vinden, zijn er uiteraard nog veel vraagtekens. Daarom wordt er altijd opnieuw afgesproken dichter bij de trouwdatum, bijvoorbeeld enkele weken vooraf. De concrete planning ligt dan meestal vast voor het koppel en dus kan er een "draaiboek" opgesteld worden. In de tussentijd tussen beide afspraken, heb ik trouwens de tijd gehad om op zoek te gaan naar geschikte locaties en deze te verkennen.

Op basis van de dagindeling van het koppel, stel ik voor mezelf (en assistent) een zo gedetailleerd mogelijk tijdsschema op. Er wordt (uiteraard) rekening gehouden met tijden die nodig zijn voor verplaatsingen (inclusief parkeren wat niet altijd evident is op sommige locaties) en er wordt rekening gehouden met marges: niet alles kan op voorhand precies getimed worden en sommige dingen zullen onvermijdelijk uitlopen.

Zoals hoger al vermeld, zoek en verken ik steeds alle locaties op voorhand, vooral dan de locaties voor de fotoshoot zelf. Het moeilijkste hierbij is vaak het zoeken van geschikte binnenlocaties in geval van slecht weer. Dit neemt dan ook vaak het meeste tijd in beslag van alle voorbereidingen. Net daarom is het interessant als het koppel goed op tijd contact heeft opgenomen en niet heeft gewacht tot het allerlaatste nippertje! De definitieve keuze voor de locatie wordt uiteraard mee bepaald door het koppel, maar ik probeer steeds een aantal opties in verschillende "stijlen" voor te stellen. Praktische overwegingen zoals ligging en bereikbaarheid spelen uiteraard een grote rol bij de keuze, maar alles hangt samen van de beschikbare tijd op de trouwdag. Ook voor bekendere locaties (waar ik bijvoorbeeld al eerder werkte) is een korte verkenning op voorhand nog steeds interessant: ik krijg nieuwe ideeën en wordt herinnderd aan bepaalde moeilijkheden qua lichtinval of achtergrond.

Naast de locatie voor de fotoshoot, probeer ik ook zoveel mogelijk de kerk en het gemeentehuis te verkennen, hoewel zeker dat laatste niet altijd lukt. Op die manier zijn er ook hier geen onaangename verrassingen op de trouwdag. Het zal je maar gebeuren dat je bijvoorbeeld niet weet dat de wekelijkse markt net op de trouwdag alle parkeerplaats onbruikbaar maakt en als kers op de taart ook die mooie groene achtergrond omtovert tot een bonte schakering van kraampjes en (heel nieuwsgierige) mensen!

Kortom: de voorbereiding is voor mij essentieel!


2 Wees goed georganiseerd

Hoewel ik over de voorbereidingen in het vorige punt nog wel even door kan gaan en een goede organisatie van je werkwijze zeker ook thuishoort onder de noemer "voorbereiding", bij deze toch even benadrukken hoe belangrijk orde en discipline zijn bij een huwelijksreportage. Zo heeft alle materiaal een vaste plaats in je fototas. Dit mag dan wel belangrijk zijn bij alle foto-opdrachten, maar zeker bij een huwelijksreportage besteedt ik hier extra aandacht aan. Ik zorg dat ik mijn objectieven blindelings weet te vinden in mijn tas, net als batterijen en kaartjes bijvoorbeeld. Wat deze laatste twee betreft: je zal moeten uitkijken dat je de "volle" kaartjes van de "lege" weet te onderscheiden en bij de batterijen net hetzelfde. Klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in het heet van de strijd zijn deze kaartjes of batterijen (die er allemaal identiek uitzien) heel snel verwisseld! Daarom dragen alle kaartjes en batterijen (per set) een nummer. Om lege en volle kaartjes van elkaar te onderscheiden gebruik ik zelf het volgende "trucje". De lege kaartjes (die altijd in de camera geformatteerd worden, NOOIT op de computer) steken mooi met de bedrukte kant naar boven (de merknaam, SANDISK in mijn geval) in hun hoesje. Als een kaartje vol is gaat dat onmiddelijk terug de fototas in. Als ik niet onmiddellijk tijd heb om het terug in het hoesje te steken, gaat dit volle kaartje LOS in een goed afgesloten deel van de tas. Van zodra de tijd er is, gaat dit volle kaartje met de bedrukte kant omlaag, dus merknaam naar beneden, niet zichtbaar terug het hoesje in. Gevolg: een kaartje waarvan de merknaam zichtbaar is, is per definitie leeg. Een kaartje dat los in de tas zit of met de merknaam NIET ZICHTBAAR in een hoesje, is per definitie vol en dus niet bruikbaar. Voor batterijen doe ik bijna hetzelfde: geladen batterijen zitten in een doosje, de lege batterijen zwerven "los" in een apart vak van de tas. Dit werkt niet alleen duidelijk, maar ook snel: ik kan de "gebruikte" items gewoon snel in de tas kieperen en weet toch dat ze gebruikt zijn.

Als er dan bijvoorbeeld tijdens receptie of avondfeest wat tijd is om bijvoorbeeld kaartjes te kopieren naar een laptop of imagetank, worden alle "geleegde" kaartjes weer in het hoesje gedaan met de merknaam zichtbaar, dus "veilig" voor gebruik.

Zoals dit voorbeeldje van kaartjes en batterijen, heeft elk onderdeeltje van mijn uitrusting wel een specifiek gekozen plekje of doel. Op die manier worden dus niet enkel misverstanden en fouten voorkomen, maar win je ook kostbare tijd tijdens de reportage.

3 Backup, backup en, euh, backup!

Wellicht de grootste fout die je als fotograaf kan maken bij een huwelijksreportage is opdagen zonder voldoende reservemateriaal. De camera's van tegenwoordig mogen dan wel staaltjes van spitstechnologie zijn, maar dat betekent jammer genoeg niet dat ze niet stuk kunnen gaan. Daarom: zorg ervoor dat je minstens een tweede camerabody bij de hand hebt. Let op, ik zeg: BIJ DE HAND. Ik las onlangs op een forum de reactie van iemand die fier verkondigde "altijd een tas met reservemateriaal...in de koffer van de auto te hebben". Heel nobel idee, maar minder leuk als je de hele ceremonie moet stilleggen om snel je tweede camera uit de koffer van de auto te gaan halen. Enige plaats voor je belangrijkste reservemateriaal is, volgens mijn heel bescheiden mening, in dezelfde tas als de rest van je materiaal, of toch minstens even vlot bereikbaar. Dit geldt niet alleen voor camera's, maar bijvoorbeeld ook voor lenzen. Het is misschien wat overkill om al je duurste objectieven gewoon dubbel te gaan kopen, maar bijvoorbeeld een goeie allround zoomlens kan in noodgevallen het verschil maken tussen wel of geen foto's, als bijvoorbeeld je lichtsterke zoom of je standaardlens het begeeft (of de spreekwoordelijke benen neemt). Kan er dan zoveel mislopen met een objectief? Misschien ben ik hierin te fatalistisch ingesteld, maar ook je objectieven zijn onderhevig aan "storingen": naast de fragiele mechanica die er tegenwoordig inzit (Vibration reduction, computerchips, autofocusmotor,...), kan er ook iemand op een onbewaakt moment, volledig onbedoeld en per ongeluk, met pakweg de ritssluiting van zijn jas een mooie hak in de frontlens zetten in het getrek en geduw dat wel eens vaker voorkomt.

Trouwens, niet alleen voor camera en objectieven heb je best een alternatief, maar uiteraard zijn reservebatterijen en kaartjes een must. En één setje extra AA batterijtjes telt NIET als backup: persoonlijk heb ik altijd minstens een vijftal setjes van 4 stuks OPLAADBARE batterijen mee voor flits en dergelijke. De lader daarvan gaat dan ook nog eens mee "just in case". Uiteraard: hoe meer flitsen er gebruikt worden, hoe groter het aantal batterijtjes... Wat dat betreft trouwens even geheel terzijde: gebruik aub herlaadbare exemplaren, "wegwerpbatterijen" zijn in deze crisistijden voor het milieu echt wel "not done" vind ik...

Als je bovenstaande noodscenario's echt te ver gezocht vindt ("schaam op jou"), wees dan op zijn minst zo verstandig om even stil te staan bij een "wat als" scenario. Denk met andere woorden even na over met welke lens je bijvoorbeeld gaat verder werken als je standaardlens het begeeft of "verdwijnt". Groothoek? Of tele? Gewoon het feit dat je hier van tevoren even over hebt nagedacht geeft je al een heel klein voordeel moest het ondenkbare toch ooit gebeuren...

Nog een laatste item wat thuishoort onder de noemer "backup" is het leeg maken van kaartjes. Hoewel ik persoonlijk vind dat je dit best pas doet als al je foto's veilig thuis in je archief zitten (hoe dat archief eruit zit is stof voor een later artikel), is het inderdaad soms mogelijk dat je toch al op locatie hiermee begint. Zelf fotografeer ik vaak tot en met de openingsdans. Terwijl de gasten genieten van hun feestmaal, heb ik dus vaak even (voor de eerste keer op die lange dag) tijd om wat op adem te komen en dus ook intussen al wat kaartjes te kopiëren. Dit gebeurt dan naar de interne harde schijf van de laptop die in dergelijke gevallen altijd mee gaat. MAAR, hiermee is de kous niet af. Ik gebruik voor mezelf als gouden regel: een kaartje wordt pas geformatteerd als ik zeker ben dat de foto's op minstens twee verschillende, van elkaar onafhankelijke media, staan. Dat betekent dus: niet alleen kaartjes kopiëren naar de laptop, maar daarna ook nog eens naar een zogeheten imagetank (een soort van standalone, draagbare harde schijf). Pas als ik heb kunnen verifiëren dat de foto's correct weggeschreven zijn naar beide media, zal ik het kaartje in kwestie eventueel formatteren.

Het kopiëren van de kaartjes op locatie doe ik trouwens niet zozeer om die kaartjes al terug te kunnen gebruiken, maar eerder om tijd te winnen bij de archivering achteraf. Bij het kopiëren worden namelijk de correcte bestandsnamen al gegeven en keywords aan de foto's gehangen, zodat achteraf alles makkelijk terug te vinden is in mijn archief. Door dit alvast te doen op de (schaarse) "dooie" momenten tijdens de avond zelf, hoef ik achteraf enkel maar de catalogus (Lightroom) van de laptop te importeren in het archief thuis. Daar kan ik dan onmiddellijk beginnen met de nabewerking, maar daarover later ook ongetwijfeld meer.

Hoewel ik op sommige vlakken wat "kort door de bocht" ging en er nog veel meer tips te geven vallen specifiek voor huwelijksreportages, hou ik het voorlopig hiermee voor bekeken. Ik hoor graag jullie feedback. Proficiat trouwens aan degenen die het tot hier gehaald hebben ;-)


c u soon

Roeland

zaterdag 13 juni 2009

Portretshoot

Enkele resultaten van de recente shoot met Virginie. Ik ben min of meer verslaafd aan het werken met off-camera flits, maar bij deze shoot heb ik mezelf verplicht ook wat meer te werken met heb beschikbare, natuurlijk licht. Gevolg was dan ook een gevarieerde reeks, waarvan je binnenkort ongetwijfeld meer te zien zal krijgen.

Bovenstaande foto is er eentje gemaakt op de standaardmanier:  een SB-800 flits op statief, voorzien van een doorflitsparaplu, komend van de linkerkant.  Met de sluitertijd probeer ik zoveel mogelijk de omgeving (achtergrond) wat donkerder te houden om niet te veel aandacht af te leiden.  Diafragma is meestal f4 of in die buurt om de achtergrond mooi onscherp te houden.  De flits staat bijna altijd op 1/4e kracht in die omstandigheden, en staat heel dichtbij het model (ongeveer 1 meter, dus net buiten beeld).  Door de flits zo dichtbij te zetten benut je het maximum van de flitskracht en blijft het licht mooi zacht.  Hoe verder de flits met paraplu, hoe harder het licht wordt.  Ook onderstaande foto werd met dezelfde setup gemaakt.  De foto daaronder ook, maar daar kwam het licht van de andere kant



De twee onderstaande foto's tenslotte werden gemaakt met natuurlijk licht, dus zonder flits.  Virginie stond vlak bij een raam met troebel matglas erin.  Er stond geen direct zonlicht op het raam en door het matglas werd het licht nog wat extra verzacht.  Je hebt met andere woorden geen dure softbox of flits nodig, vaak is de softbox gewoon al aanwezig op locatie...  Het raam is trouwens nog net te zien op de laatste foto. 


Op dezelfde shoot gebruikte ik nog enkele andere technieken.  De resultaten publiceer ik hier zo snel mogelijk...

Meer op komst dus!

Roeland

zondag 31 mei 2009

Slimme foto's met je smartphone

Er is ooit een tijd geweest, toen de dieren nog spraken denk ik, dat je met een mobiele telefoon enkel telefoneerde. Af en toe. Zonder meer. Vandaag de dag krijg je soms de indruk dat telefoneren met een GSM slechts bijzaak is naast tientallen andere functies, de ene al wat handiger dan de andere: emails versturen, agenda bijhouden, spelletjes spelen, surfen op het internet, muziek luisteren, filmpjes kijken en opnemen, en last but not least: foto's maken.

Laat mij dat laatste als fotograaf nu net interessant vinden, hoewel het ooit wel anders geweest is. Waar ik vroeger de eerste was om mijn neus op te halen voor dat mini-cameraatje, ben ik nu de eerste om toe te geven dat het ding mogelijkheden schept. Hoog tijd dus vond ik om even uit te wijden over de "camera-phone".

Waarom ik er hoe langer hoe meer aan verknocht ben? Niet omwille van de technische kwaliteit ervan, want die is en blijft uiteraard inferieur aan die van om het even welk fototoestel (hoewel ook hierin ongetwijfeld ooit verandering zal komen). Simpelweg omdat de beste camera de camera is die je bij je hebt op het juiste moment. Als ik morgen onderweg naar de supermarkt getuige ben van een wereldschokkende gebeurtenis of een unieke creatieve gelegenheid, dan mag ik thuis 20 hoogwaardige en dure camera's liggen hebben, de beste camera op dat moment is de camera die ik bij me heb, en meest waarschijnlijk dus die van mijn telefoon. Uiteraard ben ik als beroepsfotograaf me ervan bewust dat ik best altijd mijn "echte" camera zou bij me hebben. Maar laten we eerlijk zijn: boodschappen doen met een fototas over de schouder? Het gras maaien met een zware camera rond de nek? Waarschijnlijk perfect mogelijk voor de 'die hard' fotografen onder ons, maar gaat toch net te ver voor mij... Maar wil mijn gemakzucht daarom zeggen dat ik op die momenten mijn passie, fotografie, maar moet laten links liggen? Nee dus. En net met die filosofie in gedachten gebruik ik mijn gsm-camera: het perfecte middel om overal en altijd beelden te kunnen schieten.

Daar bovenop komt nog dat het met de toch eerder beperkte technologie van een camera-phone makkelijker is beelden te maken vanuit de buik, zonder het risico te lopen te verdwalen in technische details. Een foto die ik maak voor een klant wordt standaard nabewerkt en dan is het o zo makkelijk helemaal op te gaan in ontelbare schuifbalkjes en parameters van Photoshop, waardoor het vaak moeilijker wordt de essentie van de foto indachtig te blijven. Bij een GSM ontbreken vrijvel alle functies die een moderne pro-camera bieden, en daardoor KAN je niet opgaan in technische details. De enige manier om je beeld te bepalen is het aanpassen van de compisitie en de manier waarop je het onderwerp benadert. Vandaar ook dat ik voor mezelf de volgende beperking opleg: foto's die ik maak met mijn GSM, laad ik nooit in in Photoshop of dergelijke, maar worden enkel in de telefoon bewerkt voor zover dat al mogelijk is. Bewerking blijft dan ook beperkt tot omzetten naar zwartwit en aanpassen van helderheid en contrast, voor zover die twee laatsten al relevant zijn op een dergelijk schermpje. Van de telefoon worden de beelden dan rechtstreeks gestuurd naar mijn Flickr-pagina, zonder tussenkomst van een computer. En op die manier wordt het vaak makkelijker om even terug te keren naar de essentie: het vastleggen van sprekende beelden. En die ervaringen maken me, hopelijk, beter als fotograaf met mijn "echte camera".

Wie mijn filosofische uiteenzetting tot hier heeft volgehouden, wil ik tenslotte belonen met enkele tips die ik in mijn hoofd hou bij het fotograferen met mijn telefoon.

1) Zoals het tegen elke peuter meermaals gezegd wordt, geef ik het volgend advies aan aspirant "telefoon-fotografen": Altijd met twee handjes vasthouden! Hou je telefoon (bij het fotograferen wel te verstaan) met twee handen stevig vast en je verlaagt drastisch de kans op onscherpe foto's door bewegingsonscherpte.

2) Wees je bewust van de technische beperkingen. Bij weinig licht worden de foto's met een telefoon al gauw ZEER pover van kwaliteit, dus wees je er ook van bewust dat dat het geval is. Ook het fotograferen van snel bewegende onderwerpen is vaak vragen om slechte beelden. Kortom: ken de technische beperkingen en probeer ze in je voordeel te gebruiken.

3) Maak gebruik van de voordelen. Je GSM-camera is klein en licht, en is dus uitermate geschikt voor camerastandpunten die met grotere, zwaardere camera's vaak moeilijk of uitgesloten zijn: hoog boven je hoofd, laag tegen de grond, vanuit kleine voorwerpen,... Allemaal dingen die unieke foto's kunnen opleveren die soms alleen met je telefoon te realiseren zijn.

4) Hou het simpel. Minder is meer. Probeer aan de verleiding te weerstaan om "zoveel mogelijk" in beeld te brengen. Composities worden vaak sterker als ze eenvoudiger zijn, minder elementen in beeld betekent ook meer aandacht naar je onderwerp.

5) Maak gebruik van enkele sterke lijnen om de aandacht van de kijker door je foto te leiden. Grafische beelden met een hoog contrast en strakke compositie doen het vaak heel goed met een camera-telefoon.

Ik ben er zeker van dat met deze eenvoudige tips in gedachten je veel plezier kan beleven aan "telefoon-fotografie"! Ik in ieder geval wel...

Bezorg me gerust de beelden die je zelf maakte met je telefoon. Misschien wel een leuk idee om alle eventuele inzendingen in een aparte gallery te plaatsen op mijn website of Flick-pagina.

Veel plezier en stuur maar door die resultaten!

Roeland.

dinsdag 7 april 2009

Studio-setup

Op allerhande fora en dergelijke lees ik regelmatig vragen van mensen die worstelen met het maken van foto's tegen een witte achtergrond. Zoals beloofd een tijdje geleden, bij deze dan ook wat meer uitleg.

Om te beginnen even dit.  Ik ben me bewust dat de manier die ik gebruikte en hier beschrijf, verre van "de juiste en aanbevolen" manier van werken is.  Ik wil hier alleen maar aantonen dat je ook met beperkte middelen al mooie resultaten kan bereiken.  Ik heb hier dus geprobeerd om zo weinig mogelijk materiaal te gebruiken.  Een experimentje met andere woorden...

Eerst en vooral de ruimte zelf.  Ik heb voor de gelegenheid mijn zolder, die normaal enkel gebruikt wordt voor beeldbewerking en als kantoor, omgetoverd tot geïmproviseerde studio.  De ruimte is 4,5 meter bij 8,5 meter en heeft een maximale plafondhoogte van 2,5 meter.  Zoals je op de foto kan zien zijn de plafonds afgeschuind (het is en blijft een zolder natuurlijk), wat meteen een van de grootste beperkingen is.  De achtergrondrollen kunnen hierdoor net niet hoog genoeg om bijvoorbe
eld een volwassen persoon ten voeten uit te fotograferen.  Maar voor het fotograferen van pakweg een baby in een wasmand is dat geen probleem.  Als de ruimte nog iets langer was, bv 12m in plaats van 8,5m, dan zou er aanzienlijk veel minder frustratie aan te pas komen, maar verder hierover meer.

Het achtergrondsysteem is een verplaatsbaar Manfrotto-systeem dat ook veelvuldig op locatie gebruikt wordt.  2 statieven en een dwarsstuk met daarover de rol achtergrondpapier, in dit geval een witte rol van 2,75m breed.  Veel mensen denken dat hiermee de kous af is voor het fotograferen tegen een WITTE achtergrond.  Niets is ec
hter minder waar.  Als je de witte rol zonder meer fotografeert met je onderwerp ervoor, is de kans zeer groot dat je achtergrond grijs zal zijn in plaats van wit.  Niet wat we willen dus.  Om het wit ook echt wit te laten worden (zonder te hervallen in flauwe wasproduct-grappen), moet de achtergrond belicht worden.  Meer nog, op de achtergrond moet ongeveer 1 à 2 stops meer licht vallen dan op je onderwerp.  Voor wie dit even te technisch is:  laat een reactie na voor meer uitleg hierover.  Om die achtergrond nu te belichten zijn er tientallen verschillende manieren.  Maar ik ga hier voor de meest eenvoudige, en een manier die voor de meeste amateurfotografen denk ik het best haalbaar is.  Achter het onderwerp (wasmand) leg ik een standaard reportageflits, in dit geval een Metz 54 MZ3.  Die flits wordt gericht op het midden van de achtergrond en ingesteld op halve kracht (in dit geval).  Hoewel voor de verbinding met de camera kan gekozen worden voor een gewone syncrokabel, koos ik hier voor de draadloze Pocketwizzards.  Op die manier hoef ik achteraf niet uit iedere foto de kabel weg te shoppen, maar het is een optie uiteraard.  

Volgende stap is het belichten van je onderwerp.  Dat onderwerp staat best zo ver mogelijk van de achtergrond om allerlei narigheid te vermijden.  Als je te dicht bij je achtergrond werkt, zal van die achtergrond zoveel licht weerkaatsen naar je onderwerp, dat dat laatste helemaal "opgaat" in de achtergrond.  Op de bovenste foto zie je dat mijn onderwerp (ja hoor, de wasmand) zeer dicht bij de witte rol staat.  Dat was in dit geval bewust, omdat ik ook de ondergrond volledig wit (dus uitgebrand wit, zonder detail) wil weergeven, met uitzondering van een kleine schaduw.  Voor bijvoorbeeld close-ups staat het onderwerp ongeveer 4 meter van de achtergrond (dus halverwege de ruimte die ik hier gebruik)!  Enkel op die manier zorg je ervoor dat je achtergrond en onderwerp onafhankelijk van mekaar en dus correct kan belichten.  Als lichtbron voor het onderwerp kan je kiezen voor een tweede reportageflits, maar ik maakte het mezelf moeilijk door te kiezen voor een Visatec studioflits.  Deze studioflits geeft veel meer lichtoutput dan de kleine reportageflits.  Omdat de achtergrond MEER licht moet krijgen dan het onderwerp, was het logischer om de studioflits voor de achtergrond te gebruiken.  Maar ik ben koppig , dus ik werk deze keer omgekeerd...  Zelfs op de laagste stand is de lichtopbrengst van de studioflits nog te hoog om "onder" die van de reportageflits te blijven.  Geen probleem, ik richt de Visatec met softbox niet rechtstreeks naar het onderwerp, maar in een zogenaamde "zwarte vlag".  Die aborbeert in dit geval het meeste licht, waardoor enkel wat heel diffuus strooilicht het onderwerp bereikt.  En op die manier is de power van de studioflits mooi getemd en blijft de lichtopbrengst netjes onder die van de achtergrond, zoals het hoort.  Meestal is het even zoeken naar de juiste verhoudingen tussen de lichtbronnen.  Leve het schermpje van de digitale camera, of de lichtmeter als je die hebt (ik gebruikte hem hier voor het eerst in maanden).  Zoals gezegd ballanceer je de lichtbronnen zodanig uit dat de achtergrond 1 à 2 stops meer krijgt.  Daarbij let je op overstraling of licht dat reflecteert vanaf de achtergrond naar je onderwerp.  

Dan rest er nog enkel het fotograferen zelf.  De instellingen van de camera zijn eenvoudig:  sluitertijd doet er niet toe want je werkt in een donkere ruimte enkel met flits.  Het diafragma kies je in funtie van bijvoorbeeld de gewenste scherptediepte en de prestaties van je objectief.  Op dat gekozen diafragma heb je de belichting van zowel onderwerp als achtergrond eerder afgestemd. 


Dan nog eens de minpuntjes van deze opstelling.  Ten eerste het feit dat de reportageflits vlak achter het onderwerp licht, met als gevolg dat die achtergrond vlak achter het onderwerp net iets lichter zal zijn dan aan de rand.  Hierdoor is het probleem van overstraling moeilijk te beheersen en voelt aan als ballanceren op een slappe koord.  Ik let dan ook op dat het lichtste gedeelte van de achtergrond maar net voldoende overbelicht is.  In dit geval is de doek die links uit de wasmand hangt maar heel miniem doortekend en gaat al bijna op in de achtergrond.  De randen van de achtergrond zullen al niet meer wit zijn, maar heel licht grijs.  Niet ideaal, maar makkelijk te corrigeren in Lightroom of Photoshop.  In dit specifieke geval was het overigens geen probleem, omdat het onderwerp voldoende klein was en gefotografeerd werd met een 100mm brandpunt, waardoor slechts een klein deel van de achtergrond in beeld kwam.  Het "onderbelichte" deel van de achtergrond viel mooi buiten beeld.  Trouwens, het uiteindelijke beeld zoals hierboven en eerder al gepubliceerd, is een nabewerking van een veel nauwer gekadreerd beeld hieronder.  Een witte achtergrond is heel makkelijk uit te breiden in Photoshop.  Door het onderwerp zo nauw mogelijk te kadreren, spaar je niet alleen studioruimte, maar ook megapixels.  Je onderwerp vult nu namelijk een veel groter deel van de 12 miljoen pixels van de camera-sensor.


Hopelijk is was deze uitleg een beetje duidelijk voor de mensen die ernaar vroegen.  Vragen zijn uiteraard altijd welkom in de comments of via mail.  Ik hoop hiermee wel bewezen te hebben dat een supergrote studio met veel materiaal niet nodig is om toch creatief te kunnen zijn.

Tot de volgende,

Roel

zaterdag 17 januari 2009

Winter wonderland

Vorige zaterdag stond er een portfolioshoot voor een jonge visagiste op het programma. Jammer genoeg werd ze ziek en moest er op het laatste nippertje geannuleerd worden. Collega fotograaf Dimitri was intussen al onderweg naar Leuven, dus er zat niks anders op dan te gaan voor plan B. Dimi en ik wilden al lang eens samen op pad gaan voor wat landschapsfotografie, en dit was dan ook een onverwachtse maar perfecte gelegenheid: de agenda's waren vrij door het wegvallen van de portfolioshoot, en als kers op de taart lag het landschap bedekt onder een dik pak sneeuw.

Het was echter veel te lang geleden dat ik Dimi nog zag, dus als twee echte viswijven werd er meer getaterd dan gefotografeerd. In extremis werd toch de eer gered en werden er enkele sfeerbeeldjes geschoten. Hier dus een kleine impressie...






Overigens lijkt me dit een mooie gelegenheid om een alom gekende "fotografiewet" te ontkrachten.  Iedereen heeft het al wel ooit te horen gekregen:  "Nooit tegen de zon in fotograferen, da gaat nie, die mislukken altijd".  Onzin dus.  De waarheid:  in tegenlicht fotograferen vraagt misschien iets meer denkwerk, maar het resultaat is vaak veel mooier.  Door het sterke tegenlicht is de lichtmeter in je camera vaak een beetje de kluts kwijt met als gevolg dat je foto's vaak te donker (onderbelicht) zijn.  Dit kan heel mooi zijn als je het doordacht toepast:  alles wordt afgebeeld op de foto als silhouet.  Wil je dat echter niet, dan zal je zelf moeten ingrijpen door de foto bewust meer te belichten (dus overbelichten ten opzichte van wat de camera je zegt).  Resultaat in dat geval:  je onderwerp is goed belicht, maar het sterke tegenlicht geeft je foto's een interessante toets, wat extra "punch".

Vanaf nu onthouden we dan ook:  "Fotografeer waar het kan ook met tegenlicht, die foto's zijn altijd leuker".  Natuurlijk ook niet te letterlijk nemen hè, het moet een beetje origineel blijven ook natuurlijk ;-)

Tot de volgende!

zondag 11 januari 2009

Dikke buik

Nu het nog kan hebben we van de gelegenheid gebruikt gemaakt (eindelijk) om snel wat foto's te maken van de dikke buik...  

Belichting komt van twee flitsjes op statiefjes, getriggerd door Pocketwizzards.  Eén flits was voorzien van een snoot (lees:  opgerold stukje karton met wat tape), het tweede lichtje was voorzien van een grid (lees:  wat aan elkaar gekleefde rietjes in een opgerold stukje karton).  Daarnaast gebruikte ik ook een flitsje met een doorflitsparaplu voor een wat zachter licht (tweede foto).  De spiegel maakte het wat moeilijker want de lichtjes wou ik hier wel uit beeld houden.  Dat lukte wel, maar de achtergrond moest toch een beetje worden opgekuist in Photoshop om alles egaal donker te krijgen.  De foto's werden gemaakt op onze zolder, alles behalve een grote studio dus, waardoor er toch hier en daar wat licht terecht kwam op de achtergrond, vooral in het spiegelbeeld.

woensdag 10 december 2008

Fotobewerking van begin tot eind

Vandaag geen oeverloos en inhoudloos gezever, maar een poging tot meerwaarde... Omdat ik geregeld vragen krijg in de stijl van "Hoe doe ik dit of dat in Photoshop?", bij deze een voorbeeld van een foto waar redelijk wat nabewerking aan te pas kwam. Ik heb geprobeerd het hele proces zo goed mogelijk op te breken in stappen. Jammer genoeg moest ik hier en daar wat dingen samenvatten want anders zou het allemaal wat te lang worden... No time to waste dus daar gaan we.

Eerst en vooral wat achtergrondinfo. Na de luchtfoto's van landingsbaan 25L te Brussel-Nationaal die ik onlangs maakte, had ik al onmiddellijk dit beeld voor de geest als eindresultaat voor mezelf. Het idee heb ik ooit gezien in de reclame van een automerk (ben even kwijt hetwelke), maar ik vond het in dit beeld meer dan toepasselijk. De foto's werden dan ook gemaakt in opdracht van de fabrikant van de baanverlichting, dus de baan waar mist geen vat op lijkt te hebben kaderde wat mij betreft perfect in het geheel. Voor alle duidelijkheid: de opdrachtgever vroeg naar beeld van de baan met een naderend vliegtuig, dus zonder de mist, dat was een toevoeging die ik deed voor in mijn portfolio.


Voor ik stap voor stap alles probeer te doorlopen, eerst nog wat algemeenheden. Het eindresultaat van vele uren nabewerking (bijna twee lange dagen in totaal) was een PSD bestand (Photoshop bestand) met meer dan 50 verschillende lagen. Het zou me dan ook te ver voeren om deze allemaal afzonderlijk te verklaren. Het zal daarbij dan ook duidelijk zijn dat er relatief veel gebruik werd gemaakt van verschillende "blending modes" tussen de lagen onderling om bepaalde effecten te krijgen. Een bij elke laag terugkerende constante was ook het gebruik van het laagmasker: op die manier heb je het maximum van controle over welke delen van de laag je ziet en welke je niet ziet. Een perfecte tool dus om al die lagen tot een geheel te mixen zoals je wil. Waarom zoveel verschillende lagen en niet alles bij elkaar? Wel, om later alle onderdelen van het beeld zoveel mogelijk te kunnen wijzigen. Door alles in aparte lagen te houden is het geheel meer gestructureerd en belangrijker nog: je origineel blijft onaangeroerd zodat je alles wat je doet steeds ongedaan kan maken, ook na talloze "saves".

Stap 1: Het originele beeld

Zo kwam de foto na selectie uit Lightroom 2: als 16 bits PSD bestand, waarin kleur, contrast en dergelijke zo goed mogelijk afgesteld werden. Op zich een leuk beeld, maar voor verbetering vatbaar. Het toevoegen van het vliegtuig moest wel in postproductie gebeuren want dit beeld was niet mogelijk "in camera" door de veiligheidsnormen die gelden voor het luchtverkeer, en uiteraard ook omdat dat de tijd in de helikopter (en dus ook de kosten voor de klant) nog meer de hoogte in zou jagen.

Stap 2: Verbeteren van de lucht


De lucht in het gekozen beeld was een beetje saai en kleurloos, dus die werd vervangen door de lucht uit een foto van dezelfde reeks. Gewoon selecteren met het marquee gereedschap en dan knippen en plakken. Met een laagmasker en zacht penseel werd de onderrand gemaskeerd om op te gaan in de originele foto.

Stap 3: Nevel en mist


Voor het aanbrengen van de mist, werd om te beginnen de originele achtergrondlaag gedupliceerd (Cmd+click op deze laag, duplicate layer). Op deze nieuwe laag werd het standaard photoshop filter "render clouds" losgelaten. De laag verandert nu in de meest kunstmatige en lelijke wolken die je je maar kan indenken. Om de mistflarden realistischer te maken, kies je weer voor een standaardfilter, deze keer "motion blur". Hier speel je best wat met de instellingen, tot de vorm van de "wolkjes" je bevalt. Daarna verlaag je de transparantie van deze "wolkenlaag" tot ongeveer 70%. Op die maner schijnt de oorspronkelijke achtergrond wat terug door de nevel heen. Als laatste voeg je nu een laagmasker toe om de mist boven de landingsbaan weg te halen naar believen. Dit gebeurde hier met een heel zacht penseel op het laagmasker. De dekking van dat penseel werd heel laag gezet (30%), zodat er heel geleidelijk en subtiel kon geschilderd worden. Op die manier vermijd je harde randen aan de wolkjes. Bij deze ben je klaar voor het echte werk: toevoegen van het vliegtuig!

Stap 4: Aanbrengen van het vliegtuigmodel


Hierin schuilt een groot deel van "het geheim". Tenzij je een foto ter beschikking hebt van een vliegtuig onder exact het juiste perspectief (hoogst onwaarschijnlijk), zal je op een ander manier aan een vliegtuigbeeld moeten geraken. Gelukkig bestaan er vandaag de dag dan ook talloze 3D-modellen van de meest uiteenlopende voorwerpen, dus ook van vliegtuigen. Het bestand dat ik gebruikte was gemaakt in het populaire 3D-programma "3D Studio Max". Het bestandsformaat in kwestie heet dan ook ".3DS". Na wat geduldig Googlewerk vond ik dan ook wat ik zocht: een 3DS model van een DC10. Omdat het 3DS formaat populair is, vind je dat formaat relatief gemakkelijk op het web EN, nog belangrijker, het kan rechtstreeks gelezen worden in Photoshop CS3 (en 4) Extended. Dat is dan ook meteen een reden waarom je zou kunnen kiezen voor de Extended versie: het openen van 3D modellen kan niet in de basisversie van Photoshop. Bij het openen van het 3D model in je Photoshop bestand, zal je zien dat het perspectief nog helemaal niet klopt. Je moet de laag met het vliegtuig importeren als "3D layer" en dan kan je naar believen roteren, scalen en wat nog meer, dit alles met het correcte perspectief als resultaat. Na enig "draai en keer"-werk bekom je dan ongeveer bovenstaand resultaat: een vliegtuigmodel met het juiste perspectief, maar zonder details of nauwkeurige schaduw. En nog even voor de volledigheid: het 3D bestand in kwestie heeft een zogenaamde "low polygon count" (is dus niet gedetailleerd) en is daarom gewoon gratis te downloaden. Voor iedereen toegankelijk dus...

Stap 5: Enkele belangrijke details


Sommige details, zoals de remkleppen of hoe die dingen ook mogen heten in het Nederlands (Flaps in het Engels), mogen niet ontbreken, maar ontbraken jammer genoeg wel in het 3D model. Maar geen nood: op het internet circuleren duizenden luchtvaartfoto's. Airliners.net is wat dat betreft een goudmijn! Ook in dit geval kon ik daar de nodige referentiefoto's vinden. Er waren zelfs foto's van een DC10 waaruit ik de kleppen gewoon kon "copy-pasten" en slechts lichtjes het perspectief en de schaal moest aanpassen. De resolutie en dergelijke zijn onbelangrijk, want alles wordt straks overschilderd, het gaat gewoon om de basisreferentie hier.

Stap 6: De eerste schaduw


Het verschil tussen de foto hierboven en de vorige stap is zeer klein, maar toch belangrijk. Het is namelijk heel belangrijk dat je vanaf het prille begin terdege rekening houdt met de correcte lichtinval. In de vorige stap zag je dan ook dat het "kontje" van het vliegtuig licht was, terwijl in de foto bij deze stap, de onderkant van het uiteinde van de romp heel wat donkerder is. De onderkant van de romp kreeg dus al een eerste behandeling met "de zwarte kwast". Dat mag je letterlijk nemen: met een zacht penseel en hoge dekking (100%) werd, uiteraard op een nieuwe laag, de onderkant van de romp zwart ingekleurd. Uiteraard werd er "buiten de lijntjes" gekleurd met het grote zachte penseel. Door het aanbrengen van een laagmasker, werd dan ook alles mooi opgekuist: met een klein en hard penseel werd alle overtollige zwart weggeveegd. Daarin schuilt trouwens het grootste deel van het werk: eerst wordt een schaduw aangebracht met een heel groot en heel zacht penseel om zo gradueel mogelijke verlopen te krijgen, daarna wordt er gekuist met een laagmasker en een klein, hard en nauwkeurig penseeltje. Onthouden dus!

Stap 7: De eerste reflecties


Het verschil met de vorige stap is deze keer wat beter zichtbaar: de eerste reflectie werd aangebracht op de romp, samen met de lichte streep aan de linkerkant van de romp. Deze laatste gebeurde op dezelfde manier als de schaduw beschreven in de vorige stap: met een groot en zacht, dit keer wit penseel. De reflecties op de bovenkant van de romp gebeurden echter anders. Er werd een deel van de lucht geselecteerd met het rechthoekig marquee gereedschap en "ge-copy-paste" op weer een nieuwe laag. Dit deeltje van de lucht werd dan vervormd tot het de indruk gaf min of meer te kloppen met hoe een echte reflectie eruit zou zien: samengedrukt en vervormd door de buisvormige romp. Daarna werd er weer een laagmasker gemaakt om de overtollige delen van de lucht (alles wat niet op de romp ligt) uit te vegen. Tenslotte werd de transparantie van deze laag verlaagd tot ongeveer 80% om de ondergrond lichtjes te laten doorschijnen. Dezelfde techniek werd, telkens op een nieuwe laag, herhaald op hetzelfde deel van de romp. Zo krijg je meer diepte en kleurnuances in het resultaat. Bovenstaande foto is het resultaat van 3 gelijkaardige behandelingen. Hoewel moeilijk zichtbaar in de kleine foto hier, is de reflectie nu rijk genoeg aan kleuren en toonwaarden. Nog een opmerking die bij alle stappen geldt: er werd veel, HEEL VEEL, gebruik gemaakt van referentiefoto's om de te kijken hoe de reflecties en dergelijke eruit zouden zien. Hoewel het internet ook hier soelaas kan bieden, koos ik ervoor om mijn eigen referentiefoto's te maken. Ik stond dan ook geregeld kou te lijden onder de aanvliegroute in Zaventem om bij gelijkaardige omstandigheden foto's te maken die me de nodige info verschaften. Dus neen, het leven van een fotograaf is niet enkel glamour en glitter, maar dat is een ander verhaal ;-)

Stap 8: Meer licht en schaduw.



Ook hier is het een beetje moeilijk te zien, maar aan beide vleugels en stabilisatoren aan de staart werden hooglichten en schaduw toegevoegd om ze wat meer vorm en volume te geven. Je ziet aan de achterkant van de vleugels een dun zwart lijntje en aan de voorkant een lichte witte streep. Deze details zullen door de latere reflecties heen te zien zijn en zo de correcte lichtinval suggereren. Het toevoegen van deze partijen gebeurde op exact dezelfde manier als in stap 6: telkens op een aparte laag, met een zacht penseel, daarna op te kuisen met laagmasker en nauwkeurig penseel.

Stap 9: Reflecties, reflecties, en euh, ah ja: reflecties!


Zoals beschreven in stap 7, werden ook deze keer de reflectie toegevoegd aan de vleugels, de flaps en de staartvlakken: telkens kopiëren vanuit de lucht naar een nieuwe laag, vervormen zodat het perspectief klopt en dan de laagtransparantie wat omlaag halen om de onderliggende lagen te laten doorschijnen. Uiteraard opkuisen met het nu stilaan wel bekende laagmasker.

Stap 10: Aandacht voor de staart


In deze stap zie je duidelijk dat de schaduwpartijen en hooglichten voor de staart werden aangebracht, ook weer op dezelfde manier als hierboven reeds beschreven. Telkens werd er met donkere en lichte penselen geschilderd om de basis toonwaarden aan te brengen. Snel beschreven, maar een zeer belangrijke stap. Als je hier de mist in gaat, zal het resultaat niet echt geloofwaardig lijken.

Stap 11: Meer zin voor detail aan de staart


De aangebrachte reflecties op het staartvlak vallen makkelijk op en gebeurden op dezelfde manier als de reflecties op de romp en vleugels. Minder duidelijk, maar minstens even belangrijk zijn de andere dingen in deze stap. De uitlaat van de staartmotor werd, ja hoor weer op een nieuwe laag, lichtjes rood gekleurd om de hitte te suggereren. Dit gebeurde in verschillende keren, telkens met een kleiner en zacht penseeltje in een andere tint van oranje en rood. Met deze laag werd er gespeeld met het laageffect "outer glow" om het gevoel van hitte en gloed te versterken. Toegegeven: soms zit het hem echt wel in zeer kleine details... Ook wat dat betreft nog dit. De schaduwen werden niet altijd enkel en alleen gelegd met een zwart penseel, vaak werd daarover nog eens dezelfde techniek toegepast als met de reflecties. Een donker deel van de achtergrond (bv de weide onder het vlieguig) werd over de schaduwpartijen gelegd en heel transparant gemaakt. Op die manier wordt de schaduw net iets lichter dan pikzwart en zie je hier en daar toch lichte gradaties erin. Vooral met het oog op het grote eindformaat van de foto is dat heel belangrijk.

Stap 12: Zonder motor niet de lucht in, zonder flaps niet de lucht uit...



Tot nu toe bleven de linkermotor en de remkleppen onaangeroerd, maar daar komt hier dus verandering in. Op de hierboven reeds beschreven manieren werden ook deze onderdelen nu voorzien van schaduw en reflecties. Het eindresultaat is er bijna...

Stap 13: De slagschaduw


Als laatste schaduw worden de slagschaduw op de vleugels en de romp aangebracht. Ook dit gebeurt met een zwart penseel en op een nieuwe laag (laat dat laatste aub geen verrassing meer zijn). Standaard recept: opkuisen met laagmasker en passend penseel. Wat echter afwijkt is dat de dekking van de laag hier veel lager ligt dan de andere, diepere schaduwpartijen. Door de hogere transparantie komen de onderliggende details hier meer door de slagschaduw heen. Als de luchtfoto zou gemaakt zijn nog later op de avond, dus met minder omgevingslicht, zou ook de laag van de slagschaduw zwaarder (dus minder transparant) gemaakt worden. Je mag namelijk nooit vergeten dat niet alleen de (ondergaande) zon alles verlicht, maar ook de wolken verlichten het tafereel door licht te reflecteren... Een beetje zoals een gigantisch reflectiescherm, je snapt het plaatje wel denk ik.

Stap 14: Lichtjes (zoals in "dingen die licht geven" en niet zoals in "een klein beetje")



Nog even doorbijten nu, bijna klaar. Als laatste detail aan het vliegtuig zelf worden nu de lichtjes aan de uiteinden van de vleugels toegevoegd en bovenop de romp. De techniek is heel simpel. Uiteraard op een nieuwe laag werken. Je begint met een groen, zacht penseel dat voldoende groot is en redelijk lage dekking heeft en je klikt op de juiste plaats. 1 keer klikken, niet meer. Kies nu een groene tint die wat lichter is (dus iets meer naar het wit gaat), maak je penseel iets kleiner en klik 1 keer op dezelfde plaats. Weer een lichtere tint kiezen, penseel kleiner maken en nog eens klikken. Zo herhalen tot je uiteindelijk met een heel klein penseeltje een wit puntje zet. Lichtje 1 is daarmee klaar. Identiek hetzelfde doe je met rood voor de andere lampjes. Op deze laag kan je ook spelen met laageffect "outer glow" en ook met de verzadiging van de kleuren voor lichten met extra punch. Experimenteren is hier de boodschap. Tenslotte nog enkele effecten om echt het onderste uit de kan te halen. Een vliegtuig laat een stroom hete lucht achter zich die gepaard gaat met serieuze turbulenties. Die zijn voor het oog waarneembaar als echte trillingen (kijk maar eens naar de lucht boven een kachel of haardvuur, of in de zomer vlak boven het wegdek in de verte, je zal de trillingen wel zien). Om die in de foto aan te brengen maak je een kopie van de achtergrondlaag en breng hierop een blur aan (Gausian blur). Beetje spelen met de settings en op ok meppen als je tevreden bent. Met een laagmasker verberg je die hele laag, behalve het deel vlak achter de motoren. De allerlaatste taak die je nu nog KAN doen is echt een truukje van de spreekwoordelijke foor. De foto is gemaakt vanuit een (relatief) stil hangende helikopter, met weinig omgevingslicht en dus een trage sluitertijd (1/90e hier als ik me niet vergis, leve de Vibration Reduction van Nikon). Een snel bewegend onderwerp als dit vliegtuig zou dus in theorie niet haarscherp afgebeeld worden, maar een klein "spoor" trekken over de foto. Uiteraard gaan we al onze bovenstaande moeite niet verzieken door alles te vervagen tot een onduidelijke brij van pixels, maar toch koos ik ervoor om alle lagen van het vliegtuig samen te selecteren (slimme zielen hebben deze lagen al lang samen in 1 groep gebracht) en daarop een hele lichte "motion blur" te zetten. Het vliegtuig krijgt zo net wat meer dynamiek, de foto net wat meer realisme. Kers op de taart: eventuele foutjes in je retouches en details worden op die manier subtiel voor eventuele arendsogen verhuld. Is het leven soms niet mooi?

Dit was ongetwijfeld de langste blogpost van mijn leven. Het heeft me redelijk wat tijd gekost om dit allemaal samen te vatten. Hier en daar moest ik zoals eerder gezegd dus dingen overslaan. Als een en ander echt niet duidelijk is, laat me dat gerust weten.

Hopelijk was dit alles een beetje nuttig en interessant.

Greets,

Roeland